Voka lanceerde haar paper “Infrastructuur als motor van groei”. Een degelijk rapport, met heldere analyses en aanbevelingen. Niemand zal betwisten dat onze vervoersinfrastructuur onder druk staat en dat structureel onderhoud geen luxe meer is maar pure noodzaak.
En toch knaagt er iets. Want dit is niet de eerste studie die de pijnpunten blootlegt. Integendeel: we zien bijna wekelijks nieuwe rapporten, analyses en masterplannen. Elke keer opnieuw dezelfde vaststelling: achterstallig onderhoud, structurele tekortkomingen, te weinig investeringsdiscipline. Het probleem ligt niet langer in het gebrek aan kennis of inzicht – dat ligt er al. Het probleem is dat de vertaalslag naar actie ontbreekt.
Wat bedrijven ervaren
Als ondernemer of logistieke speler voel je dat dagelijks:
- Bruggen die plots beperkt worden in tonnage.
- Wegenwerken die onverwacht maanden aanslepen.
- Dijken en sluizen die door defecten het hele transport lamleggen.
De kost voor bedrijven is immens: tijdverlies, hogere logistieke kosten, gemiste leveringen. En telkens moeten bedrijven zelf oplossingen zoeken: omleidingen, noodplannen, extra voertuigen. Terwijl net overheden in dit verhaal regie zouden moeten nemen.
De missing link: actie & timing
Wat ik mis in veel studies, ook bij Voka, is het vervolg. Niet alleen de diagnose en de aanbevelingen, maar vooral: wie neemt nu welke stap tegen wanneer?
- Welke bruggen of tunnels worden in 2026 aangepakt?
- Welk budget staat effectief ingeschreven, en niet alleen aangekondigd?
- Welke PPS-constructies krijgen groen licht mét garanties op uitvoering?
Zonder concrete timing en duidelijke verantwoordelijkheden blijven rapporten vrijblijvende lectuur. En dan dreigt de onderhoudsachterstand alleen maar groter te worden.
PPS: kans én valkuil
Publiek-private samenwerking (PPS) kan helpen om infrastructuur sneller en duurzamer te realiseren – maar het is geen wondermiddel. Neem de Liefkenshoektunnel: een private partner ontwierp, bouwde en financierde de tunnel en nam ook onderhoud op zich. Dit bracht kapitaal en expertise aan tafel en stimuleerde langetermijndenken.
Maar PPS-projecten kenden ook hun schaduwzijde: hoge transactiekosten, complexe contracten en soms vertragingen omdat de overheid niet altijd voldoende expertise had om de private partner scherp aan te sturen. PPS werkt dus alleen als risico’s eerlijk verdeeld zijn én de overheid de regie stevig in handen houdt.
Voor collectieve laadpleinen voor vrachtwagens zie ik kansen: ontwerp, bouw, financiering en onderhoud gebundeld in één model, zodat ondernemers schaalvoordelen krijgen en zekerheid over beschikbaarheid. Maar de doorslag geeft niet het label “DBFM”* – het zijn de concrete afspraken, de transparantie en de daadkracht in de uitvoering die bepalen of PPS écht waarde toevoegt.
*: DBFM staat voor Design, Build, Finance & Maintain. Dat betekent dat de private partner een project ontwerpt, bouwt, financiert én gedurende een langere periode onderhoudt. Het voordeel is dat er meer aandacht komt voor langetermijnkwaliteit en onderhoud, omdat fouten in ontwerp of bouw later rechtstreeks gevolgen hebben voor de private partner.
Waarom dit ertoe doet
We kunnen ons geen nieuwe golf van curatief crisisbeheer veroorloven. Elke euro die nu niet geïnvesteerd wordt in preventief onderhoud, kost straks dubbel of driedubbel aan noodherstellingen, verkeershinder en economische schade. En dat treft niet alleen de overheid, maar ook elke onderneming die afhankelijk is van vlotte mobiliteit.
Oproep
Dus ja, complimenten aan Voka voor deze paper. Maar mijn boodschap is simpel: het is tijd om studies te koppelen aan daadkracht. Maak de infrastructuurpijplijn publiek, voorzie echte decision gates en verplicht transparantie in timing en uitvoering. Bedrijven kunnen en willen meedenken, investeren en zelfs mee financieren via PPS. Maar ze mogen niet langer in de kou blijven staan met enkel rapporten en beloftes.
De vraag die ik terugkaats: wie durft de sprong te maken van analyse naar uitvoering? Want zonder dat blijft Vlaanderen steken in papieren oplossingen, terwijl de betonrot letterlijk onder onze voeten vreet.

