Overleven of winnen: elektrificatie verdeelt de transportsector.

Elektrificatie is geen duurzaamheidsverhaal. Het is een herverdeling van kosten en marges. En die verschuiving is al bezig. Beleidsdruk via ETS2 en de vrachtwagenheffing duwt fossiele brandstoffen geleidelijk omhoog in prijs. Niet morgen plots, maar structureel. Tegelijk blijft elektriciteit lokaal stuurbaar. Dat verschil wordt beslissend.

Vandaag zie je twee modellen ontstaan. Bedrijven die hun energie onder controle nemen en bedrijven die afhankelijk blijven van de markt. De eerste groep investeert in zonnepanelen, batterijopslag en eigen laadinfrastructuur. Ze laden wanneer het hen uitkomt, sturen hun verbruik en drukken hun kost per kilowattuur. In de praktijk komen zij uit op ongeveer €0,12 tot €0,16 per kWh. De tweede groep koopt energie op de markt, vaak op piekmomenten, en betaalt €0,18 tot €0,25 per kWh.

Dat verschil van €0,06 tot €0,10 per kWh lijkt beperkt, maar is dat niet. Voor een vloot van tien elektrische vrachtwagens, goed voor ongeveer 600 MWh per jaar, loopt dat op tot €36.000 à €60.000 per jaar. Dat is geen detail. Dat is een structureel concurrentieverschil dat elk jaar terugkomt.

Een eigen laadplein lijkt een logische stap, maar dat klopt alleen bij voldoende schaal. Zonder volume is het financieel zwak. De investering rendeert pas wanneer het verbruik boven ongeveer 500 MWh per jaar ligt en de bezettingsgraad hoog is. Bedrijven die dit goed aanpakken, laden ’s nachts en stellen hun capaciteit overdag open voor derden. Zo spreiden ze hun investering over meer kilowatturen en verbeteren ze hun rendement. Schaal bepaalt hier het verschil tussen winst en verlies.

In Vlaanderen komt daar nog een extra factor bij: netcapaciteit. Wachttijden voor aansluitingen lopen op en de beschikbare capaciteit is niet onbeperkt. Wachten kan een rationele keuze zijn, maar alleen als je er zeker van bent dat je later nog toegang krijgt tot voldoende vermogen. Die zekerheid is er vandaag niet overal. Dat maakt timing een strategische factor.

E-credits worden vaak naar voren geschoven als extra opbrengst. In de praktijk leveren ze ongeveer €0,05 tot €0,10 per kWh op, goed voor een verbetering van de laadkost met enkele procenten. Dat helpt, maar het is geen fundament. De prijs is volatiel en afhankelijk van de markt. Wie zijn businesscase daarop bouwt, neemt een risico.

De echte keuze zit dus niet in de truck. Ze zit in energie. Bedrijven die energie blijven inkopen, blijven reageren op prijzen en beschikbaarheid. Bedrijven die energie produceren, opslaan en sturen, bouwen controle op over hun kostenstructuur.

Dat betekent niet dat elk bedrijf vandaag moet investeren. Maar het betekent wel dat elk bedrijf moet weten waar het staat. Bij een jaarlijks verbruik boven 500 MWh, een stabiel laadprofiel en een eigen site wordt investeren snel logisch. Bij lage volumes of sterk variabel gebruik is voorzichtigheid aangewezen.

Elektrificatie is geen gelijk speelveld. Ze beloont schaal, energiecontrole en timing. De bedrijven die dat begrijpen, bouwen vandaag een voorsprong op. De rest probeert die later in te halen.