Meer dan zes jaar geleden keek ik naar een presentatie van een Chinese professor op een conferentie over batterijen. Wat me vooral bijbleef, was dat hij nauwelijks sprak over klimaat. Hij sprak over energiezekerheid, economische onafhankelijkheid en strategische weerbaarheid.
Zijn boodschap was eenvoudig: China investeerde massaal in batterijen, elektrische voertuigen en laadinfrastructuur omdat het minder afhankelijk wilde worden van ingevoerde olie. Het land wilde voorbereid zijn op geopolitieke spanningen en tegelijkertijd de luchtkwaliteit in zijn steden verbeteren.
Terwijl China miljarden investeerde in deze transitie, werd in Europa vooral gediscussieerd over de beperkingen van elektrische voertuigen. Dieselmotoren werden geprezen om hun efficiëntie, rijbereik en prestaties. Achteraf bekeken waren we vooral bezig met het optimaliseren van een technologie uit het verleden, terwijl China investeerde in de technologie van de toekomst.
Vandaag zien we hoe kwetsbaar Europa is geworden. Spanningen rond de Straat van Hormuz of andere belangrijke transportroutes hebben onmiddellijk gevolgen voor brandstofprijzen, transportkosten en onze economie. Dat is geen theoretisch risico. Het is de realiteit van een continent dat voor zijn mobiliteit bijna volledig afhankelijk is van ingevoerde olie.
Ooit was dat anders. Toen paarden het belangrijkste transportmiddel waren, werd hun “brandstof” lokaal geproduceerd. Hooi en haver kwamen van eigen bodem. Mobiliteit was toen in grote mate energie-onafhankelijk. Met de komst van de verbrandingsmotor en de enorme economische groei na de Tweede Wereldoorlog veranderde dat. Europa werd steeds afhankelijker van olie uit andere delen van de wereld.
Daarom zie ik elektrificatie niet uitsluitend als een klimaatmaatregel. Voor mij gaat het vooral over strategische autonomie.
Een elektrisch voertuig kan rijden op stroom uit zonnepanelen, windturbines, waterkracht, kernenergie of batterijopslag. Die energie kunnen we grotendeels zelf produceren. Elke elektrische kilometer vermindert onze afhankelijkheid van olie-import. Elke batterij verhoogt de flexibiliteit van ons energiesysteem. Elke laadpaal maakt lokaal opgewekte energie waardevoller.
De discussie over elektrische mobiliteit gaat daarom over veel meer dan emissies. Ze gaat over economische veerkracht, energiezekerheid en geopolitieke onafhankelijkheid.
China heeft dat meer dan tien jaar geleden begrepen.
Europa begint het nu pas te beseffen.
De echte vraag is dan ook niet of elektrische voertuigen perfect zijn. De echte vraag is of we onze mobiliteit willen blijven baseren op energie die duizenden kilometers moet worden aangevoerd, of op energie die we zelf kunnen produceren.
Volgens mij bepaalt het antwoord op die vraag hoe sterk Europa er de komende decennia zal voorstaan.

